Poly-onverzadigde vetten en bloedlipiden: omega-3 vetzuren als functionele voedingsmiddelen.

 

De cardiovasculaire protectie gegeven door omega-3 vetzuren zou via verschillende mechanismen gaan die nog niet helemaal ontrafeld werden. Essentiële protectieve punten zijn o.a.(24):

- bescherming tegen hartarrhytmieën, daling van het risico op plotse dood

- in sommige studies (25) werd een bloeddrukdalend effect waargenomen na inname van omega-3 vetzuren tengevolge van een vasodilatatie en een daling van de bloedplaatjesaggregatie

- optreden als precursoren van prostaglandines

- een anti-inflammatoire werking

- het stimuleren de endotheliale NO-productie

- een bescherming tegen trombose: eicosapentaeenzuur zorgt voor een daling van de bloedplaatjesaggregatie door een inhibitie van de synthese van thromboxane A2, dat bloedplaatjes aggregeert en zorgt voor vasoconstrictie. Zeer hoge opnames zoals bij de Inuits leiden tot langdurig neusbloeden met soms de dood tot gevolg

- een daling van de triglyceriden en VLDL, meestal een stijging van het HDL-cholesterol

 

Invloed van omega-3 vetzuren op de hartspier

 

Het meest spectaculair effect van omega-3 vetzuren is de capaciteit om erge hartarrhytmieën zoals ventriculaire fibrillatie te voorkomen, waardoor de mortaliteit positief kan beïnvloed worden gezien de levensbedreigende ernst van deze pathologie.

In observationele studies zag men bij populaties met zeer hoge visconsumptie een lage incidentie aan coronaire hartziekten. Inuits werden in de jaren 1970 bestudeerd door Dyerberg et al. (26): deze omgekeerde associatie tussen een coronaire pathologie en d traditionele voeding bij Inuits was opmerkelijk. De hoge opname aan eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur bij de Inuits zorgt voor het veelvuldig voorkomen van spontane bloedingen bij deze bevolking. Deze volkeren die nog een traditionele voeding volgden nemen extreem hoge hoeveelheden vis en zeezoogdieren per dag op. De Lyon Heart Study waar op 605 hartpatiënten een klassiek dieet werd vergeleken met een mediterraan dieet rijk aan alfa-linoleenzuur (door toevoeging van een margarine met raapzaadolie) gaf een reductie van 76% van de coronaire sterfte in het experimenteel dieet (27). Deze reductie kan echter niet alleen toegeschreven worden aan alfa-linoleenzuur gezien de mediterrane voeding meerdere cardioprotectieve eigenschappen bevat.

In de Diet and Reinfarction Trial (DART) (28) werden 2.033 mannen in drie groepen verdeeld: een eerste groep kreeg het American Heart Association Step I Diet, de tweede groep moest 2 tot 3 maal per week vis eten en de derde groep kreeg 18 gram vezels per dag. Na twee jaar kende de tweede groep een reductie van de totale mortaliteit met 29% in vergelijking met de twee andere groepen. Deze reductie was niet te wijten aan verschillen in bloedlipiden. Volgens de auteurs was de daling van de mortaliteit hoofdzakelijk te wijten aan een daling van de incidentie van ventriculaire fibrillatie.

In de Physician’s Health Study op 20.551 Amerikaanse artsen zag men een daling van 52% van plotse dood door hartstilstand bij mannen die één of meerdere malen per week vis aten. Er was geen verschil tussen één maal per week vis en meerdere malen per week, wat betekent dat de cardiovasculaire bescherming niet verhoogde bij een verhoogde visconsumptie (29). Er was echter geen bescherming tegen niet-fatale myocardinfarcten en angina pectoris, m.a.w. zouden de omega-3 vetzuren hier tegen geen bescherming bieden (30). Recent onderzoek op dieren toont aan dat omega-3 vetzuren in vergelijking met verzadigde vetten een daling geven van de gevoelgheid van het myocard voor ventriculaire fibrillatie, waarschijnlijk door het feit dat omega-3 vetzuren ingebouwd worden in de membranen van de myocardiale cellen. Hierdoor wordt de membranaire permeabiliteit beïnvloed, een accumulatie van intracellulair calcium kan vermeden worden en celcommunicatie wordt positief beïnvloed (31). Het hartrythme is het resultaat van elektrische prikkels die doorheen de hartspier lopen. Myocyten zijn verbonden door kleine poriën die de elektrische prikkels laten stromen van cel tot cel. Wanneer een bepaald deel van het hart geen zuurstof krijgt, kan dit de elektrische stroom negatief beïnvloeden en aanleiding geven tot abnormale hartritmes. De meest fatale afwijking in elektrische geleiding geeft aanleiding tot ventriculaire fibrillatie, met een zeer hoge mortaliteit tot gevolg.

Siscovick et al. (30) onderzochten via voedselfrequentielijsten de visopname bij een groep van een 300-tal personen die een hartstilstand hadden overleefd versus een controlegroep. Een opname van 5,5 gram omega-3 vetzuren per maand (dit betekent één portie vis per week) was geassocieerd met een daling van het risico op hartstilstand met 50%. Een hogere opname gaf niet meer bescherming tegen deze pathologie, dit kan betekenen dat een portie vis per week voldoende is om de celmembranen te verzadigden met omega-3 vetzuren. 

 

Invloed van omega-3 vetzuren op de bloedlipiden.

 

In het algemeen zal visolie zorgen voor een daling van de triglyceriden en van het VLDL-cholesterol, en dit zowel bij een normale patiënten als bij een patiënten met hypertriglyceridemie. De minimale effectieve dosis aan omega-3 vetzuren is 1 gram per dag (32). Aan een dosis van 22 gram of meer per dag kunnen omega-3 vetzuren het VLDL-cholesterol met 25% doen dalen.

Een hypertriglyceridemie samen met een verlaging van HDL-cholesterol wordt algemeen aanvaard als een onafhankelijk risicofactor op cardiovasculaire pathologieën. Een postprandiale hypertriglyceridemie zou een sterk risico inhouden op een coronaire pathologie daar ons lichaam zich verschillende uren per dag in een postprandiale toestand bevindt. Naast een verlaging van het HDL-cholesterol gaat deze hypertriglyceridemie eveneens gepaard met een stijging van smalle, dense LDL-partikels die eveneens zeer atherogeen zijn (33). Een postprandiale hypertriglyceridemie zou tonen op een aantal metabole gebeurtenissen die optreden na een vetrijke maaltijd en zeer atherogeen kunnen werken. Voedingsvet bestaat hoofdzakelijk uit triglyceriden die na absorptie chylomicronen vormen in het bloed. Deze triglyceridenrijke lipoproteïnen transporteren triglyceriden in het bloed en veroorzaken dus een stijging van de triglyceridemie. De magnitude van deze stijging is afhankelijk van verschillende factoren zoals leeftijd, lichaamsactiviteit en geslacht (bij mannen stijgt de triglyceridemie meer na een maaltijd dan bij vrouwen). Deze postprandiale hypertriglyceridemie is eveneens afhankelijk van het vetgehalte van de maaltijden en wordt afgeremd door de aanwezigheid van omega-3 vetzuren. Patch et al. (34) toonden aan dat niet de nuchtere maar wel de postprandiale triglyceridemie een sterke predictor was van de aanwezigheid en de progressie van atherosclerotische afzettingen op de endotheliale vaatwand. Het meten van een postprandiale hypertriglyceridemie is geen eenvoudige zaak: het tijdstip na een maaltijd speelt een rol alsook het vetgehalte van de maaltijd. Gibney et al. (35) dienden een maaltijd toe met 40 gram vet aan vrijwilligers: ongeveer 4 tot 5 uren na een maaltijd bereikt de triglyceridemie een piek, 8 uren na de maaltijd bereikte de triglyceridemie terug het peil voor de maaltijd en 12 uren na de maaltijd bereikte de triglyceridemie een peil lager dan de startwaarde! Dit betekent dat afhankelijk van het tijdstip van bloedafname men met een hypertriglyceridemie of normotriglyceridemie zal vaststellen. Het bepalen van een juist tijdstip van afname zal van essentieel belang zijn om verder onderzoek uit te voeren en om correcte beslissingen in verband met de behandeling te nemen..

Docosahexaeenzuur zou geen invloed hebben op de triglyceridemie, noch op VLDL-cholesterol, de daling van de triglyceriden zou volledig te wijten zijn aan eicosapentaeenzuur, hoewel dit nog een vrij controversieel onderwerp lijkt te zijn. Docosahexaeenzuur zou wel een positieve invloed hebben op HDL-cholesterol (36). Het toedienen van eicosapentaeenzuur heeft geen invloed op de concentraties aan docosahexaeenzuur, omgekeerd zou docosahexaeenzuur kunnen omgezet worden in eicosapentaeenzuur.

De omega-3 vetzuren zouden zowel het LDL-cholesterol als het HDL-cholesterol kunnen doen stijgen, wat echter niet door alle studies kon bevestigd worden. Volgens een meta-analyse van Harris (37) op 44 interventiestudies  met 0,5 tot 25 gram poly-onverzadigde vetzuren toegediend gedurende gemiddeld 6 weken, treedt in een aantal studies een daling op van het LDL-cholesterol doordat de verzadigde vetten in de begeleidende voeding eveneens dalen (in een aantal interventiestudies werd de begeleidende voeding niet gestandaardiseerd). Wanneer de verzadigde vetten constant blijven, blijft het LDL-cholesterol constant of licht stijgend (38).

Mori et al. (39) onderzochten het effect van een vermageringsdieet met 3,6 gram omega-3 vetzuren, wat een dagelijkse maaltijd met vis betekent, versus een controlegroep met een isocalorisch dieet en een klassiek vermageringsdieet. Deze diëten werden toegediend aan 69 personen met overgewicht. In de groep met energiebeperking en met een dagelijkse vismaaltijd daalden de triglyceriden en steeg het HDL-cholesterol meer dan in de vermageringsgroep met een klassiek dieet. Een dagelijkse vismaaltijd in een vermageringsdieet lijkt echter praktisch en organoleptisch nogal moeilijk vol te houden.  

 

Andere invloeden van omega-3 vetzuren op de gezondheid

 

Tijdens de foetale ontwikkeling en tijdens de groei van het kind spelen omega-3 vetzuren een belangrijke rol in de vorming van de retina en de ontwikkeling van de hersenen. Docosahexaeenzuur is een belangrijk element voor de membranaire fosfolipiden, het essentieel vetzuur staat meestal op de sn-2 positie. Een lagere concentratie in het plasma aan docosahexaeenzuur duidt op lagere concentraties in de hersenen. Kinderen gevoed met melkvoeding hebben lagere concentraties docosahexaeenzuur in de hersenen dan kinderen gevoed via borstvoeding, in psychologische testen gaat de eerste groep meestal minder goed scoren op intelligentietesten (40,41). Zowel tijdens de zwangerschap als tijdens de groei is een voldoende aanvoer van omega-3 vetzuren van essentieel belang voor de vorming van organen. De voeding van de zwangere moeder moet omega-3 vetzuren bevatten: studies tonen aan dat een hogere opname aan deze vetzuren de concentraties in de foetus eveneens verhogen. Een cruciale vraag voor de wetenschappelijke wereld is wat de concentraties aan omega-3 vetzuren moet zijn in kunstmatige melkvoeding voor het jonge kind en wat is een optimale verhouding tussen beide omega-3 en omega-6 vetzuren.

Klinische en biochemische studies tonen een lichte bescherming aan van omega-3 vetzuren op bepaalde vormen van arthritis (42,43,44). Rheumatologen gebruiken nog geen voedingssupplementen gezien er nog discussie is omtrent de nodige posologie en omtrent het nut van dergelijke behandeling op lang termijn. Veel onderzoek zal hier nog nodig zijn alvorens omega-3 vetzuren te kunnen gebruiken in deze chronische aandoening.   

 

Referenties